Ik schudde haar van mij af en begon haar, meedogenloos en vakkundig te ondervragen. Ze viel spoedig door de mand. Een spionne, die moest proberen inlichtingen te vissen uit officieren, die met verlof waren. Wat moest ik doen? Haar arresteren? Of haar laten lopen? Maar die tweestrijd duurde slechts kort. Ik zei haar, dat ze zich moest aankleden. Daarna zou ik haar naar de politie biengen en de rest zou dan wel van zelf volgen. Ze wierp zich aan mijn voeten. Smeekte en bad om genade voor recht. Huilde. Beloofde, dat ze met de eerste de beste trein zou vertrekken en nooit, nooit meer spionnage-werk zou doen. Wel, om het verhaal kort te maken: ik liet me vermurwen. Zij vertrok. Mijn verlof was ten einde. Ik ging terug naar mijn sector aan het front. De dagelijkse processie van spionnen begon weer. Het vuurpeleton had het druk. En laat nou op zekere dag een vrouw voor me gebracht worden, die men achter de linie had gepakt, terwijl ze bezig was soldaten uit te horen over de aard en omvang van troepenbewegingen. Geen twijfel mogelijk, een spionne. Het was de vrouw uit het hotelletje, de charmante, aardige vrouw, die zich had uitgegeven voor een Fran^aise uit de Vendée, maar die een Duitse was. Mijn ondergeschikten had haar al ondervraagd, maar ze had met grote beslistheid ontkend, dat ze Duitse was. Nee, ze was Franse. Omdat mijn mensen niet zo zeker van hun zaak waren, hadden ze besloten haar bij mij te brengen. Ik moest dan maar beslissen, ik, de chef! Zodra de vrouw mij zag, veranderde haar houding van uitdagende ontkenning. Ze werd lijkbleek. Toen zei ze tegen me:
,Das Spiel ist aus .. .' ׳
Het spel was uit. Ze bad niet om genade. Ze smeekte
151