voorval uit die tijd herinnerde hij zich zo duidelijk, dat het de herinnering aan alle andere gebeurtenissen eenvoudig weg gedrongen had. Ik geloof, dat ik dit bijzondere voorval het best kan verhalen door het zoveel mogelijk in Zephyr's eigen woorden verder te vertellen: ״Ik was na een paar maanden zo volkomen over m'n toeren, dat de dokter me veertien dagen extra verlof voorschreef, ver weg, zo ver mogelijk van het front vandaan. Ik huurde een kamer in een of ander hotelletje langs een rivier. Ik stond laat op, viste een uurtje, luierde een uurtje, ging een eindje wandelen. En na een paar dagen begonnen mijn zenuwen al weer een beetje tot rust te komen. In dat hotelletje logeerde ook een vrouw. Een aardige, jonge, charmante vrouw. Ze was een Fran^aise uit de Vendée, vertelde ze me. Je weet, dat ik over mijn succes bij vrouwen nooit te klagen heb gehad; ik ben in dit opzicht meer dan verwend, ik ben bedorven. Het duurde dan ook niet lang of die vrouw en ik waren de beste maatjes. We gingen samen roeien, samen wandelen, samen eten. Omdat we zo goed met elkander overweg konden, vond ze het na twee dagen al niet meer nodig om haar eigen kamer aan te houden. We verhuisden naar een tweepersoonskamer in dat hotel. Ik was dol verliefd. Misschien zie ik het nu mooier, dan het in werkelijkheid geweest is, maar ik geloof, dat zij mijn eerste echte liefde was. Een paar dagen voordat mijn verlof ten einde zou zijn, waren we weer samen, zij en ik, en terwijl ze me omhelsde, riep ze in de verrukking van hartstochtelijke overgave: ״Ach, wie ich dich liebe ..."
Ze was een Duitse. Mijn speurhonden-instinct, dat al die dagen had gesluimerd, ontwaakte opeens, met een schok. Ik twijfelde geen ogenblik: ze was een spionne.
150