nou die zelfde avond een zware Duitse aanval op Liverpool beginnen. In een schuilkelder hebben ze de nacht doorgebracht. Toen de ochtend gloorde en de cultuurbrengers afdeinsden, liepen Elly en Jan terug naar de haven. Daar had een zware bom een geweldige ravage aangericht. En de ״Friso" was gezonken. Bij de opruimingswerkzaamheden hebben duikers toen gezien, dat het schip niet erg beschadigd was. Een gat in de huid. Volgelopen. Meer niet. Enfin, de Engelsen hebben het scheepje gerepareerd, en alles zo'n beetje opgeknapt. En toen: „varen maar, boys. There is a war on!"
Wel, het verdere verloop van dit verhaal brengt weinig afwisseling. Want de „Friso" vaart nog. Had U misschien iets anders verwacht, lezer?
Na de oorlog is de kleine Ireentje geboren. Neen, niet aan boord. Dat zou té romantisch zijn. In een doodgewoon hospitaal. Maar ze was nog geen jaar oud, toen scheepte ook zij zich in. Vrouw nummer twee aan boord.
En maar varen. Tussen Trondhjem en Gibraltar. Kris kras over de Noordzee en de Oostzee. Met af en toe een paar dagen vacantie in Engeland, waar tegenwoordig de oude luidjes in High Wycombe wonen. Kleine Ireentje is zo rond als een beer. En ze staat op het wiegelende dek van de Friso steviger dan de oudste varensgast. De gemeenste Noordwester storm in het holst van de nacht deert haar niet; ze ligt in haar kooi en slaapt, dat kind van de zee.
Die kleine loopt nu al tegen de leeftijd, waarop kinderen voor een of andere schooltje moeten worden ingeschreven. Aan die instelling zal dit kleine zeemeerminnetje wel niet kunnen ontsnappen. Trouwens (als
136