U het niet verder vertelt, wil ik U het geheim wel verklappen), haar woordkeus begint af en toe wel een beetje té erg de invloed van scheepsvolk te verraden. Maar dat kan ook niet anders. De bemanning is g é k op dat kind. En als U haar kende, lezer, zou U net zo verkikkerd op haar worden.
Ja, kleine Ireentje zal eerstdaags wel tijdelijk de zee moeten verlaten. Maar de ״Friso" blijft varen, en Jan en zijn vrouw ook.
Onlangs ontmoette ik die twee, toen ze in High Wy-combe op visite waren.
„Waarom schei je er niet mee uit Jan?" vroeg ik, „je zult intussen wel een halve stuiver hebben overgespaard en een betrekking aan de wal kun je makkelijk krijgen." Toen zei Elly:
„Als we aan de wal wonen, kopen we een zeejachtje . .. want buiten wind en zout water kunnen we niet meer ... nou, dan kunnen we toch net zo goed op de Friso blijven. Geen huisbaas, geen buren en altijd de vrijheid."
En dit is dan het verhaal, dat ik wilde vertellen. Goed beschouwd zit er geen slot aan. Dat kan ook niet, want de reis is immers nog niet ten einde. Maar omdat een verhaal zonder einde-in-stijl iets is als een jurk, waarvan de kleermaakster heeft vergeten de zoom om te naaien .. . daarom krijgt deze geschiedenis ook een slot. Dat slot heeft U trouwens al kunnen lezen, het staat vlak onder de titel: voor kleine Ireentje. Want aan dat kleine ding draag ik dit verhaal op. Opdat ze later nog eens precies zal kunnen nalezen, dat haar vader en haar moeder twee mensen zijn met stoutmoedige harten, maar harten van goud. Goede reis, en behouden vaart, „Friso!"
137