deed het huishouden aan boord. Kookte voor de bemanning. En als er aan boord een of ander klusje met gereedschap moest worden opgeknapt, stonden haar handen ook niet verkeerd.
Die reizen brachten Jan en zijn vrouw ook nog wel eens in een Duitse haven, nadat Hitier de macht had veroverd. Van de dingen, die ze daar hoorden en zagen, vertelden ze thuis in de Transvaalbuurt niet te veel. Maar later hebben de oude lui gehoord, dat hun twee kinderen een zeer resoluut besluit hadden genomen. Wat er ook mocht gebeuren, als het met Holland eenmaal zo ver zou komen, dat de moffen er de baas werden, dan zouden de oudjes pas recht gewaar worden wat het zeggen wil een schoonzoon te hebben met een eigen schip.
Sinds in September 1939 de tweede wereldoorlog was uitgebroken, kwam Jan met de ״Friso" veel vaker in de Amsterdamse haven dan vroeger. En elke keer bleef hij ook langer binnen. Dat was geen wonder, want door de oorlog was het zeeverkeer natuurlijk in de war. En hij noch Elly hadden veel haast om weg te komen. In het begin van Mei 1940 was de „Friso" weer binnengevallen. Elly had er een voorgevoel van (vertelde ze later) dat het deze keer mis zou gaan. Een paar maal had ze tegen vader en moeder gezegd: „Zeg dat die-en-die naar Amsterdam moeten komen. Ze kunnen wel ergens slapen. Als er iets gebeurt zijn ze dan vlak bij de hand."
Maar haar voorgevoelens werden weggelachen. Dwaze angsten van een jong vrouwtje. Het zou wel weer loslopen. Hoop drukte en werk voor niemendal. Omdat Elly er beslist op aandrong, hebben ze het toen bij
133