voor die reis in het stoffige benauwde ruim van de ״Friso".
Gedurende een paar maanden verloor ik Jan en Elly en hun schip uit het oog. Andere zorgen namen de aandacht in beslag. Maar de Nederlandse gemeenschap in Engeland was niet groot. Op een dag vertelden een Amsterdamse diamantbewerker en zijn vrouw me, dat ze met een Groninger kustvaarder uit Nederland waren ontsnapt.
„Hoe heette het schip?" vroeg ik. „De ,Friso'."
Zij waren Elly's ouders: Salomon Rens en Eva Rens geboren Hamel. Van hen hoorde ik het eerste bedrijf van de reis van de „Friso"; dat speelt in Amsterdam en op het Noordzeekanaal. Het tweede bedrijf kende ik al; dat was de hachelijke reis. En het derde bedrijf vertel ik later.
Het eerste bedrijf:
Toen Elly, als jong ding, op het kantoor van „Gruno" terecht kwam, had ze er geen idee van, dat door die betrekking meteen de koers van haar hele leven was vastgesteld. Het is een rederij en bevrachtingskantoor aan een der kaden van de Amsterdamse haven. Uit de brede ramen ziet het personeel over het wijde stuk water, waar het Noordzeekanaal in het IJ overgaat. Alle ingaande en uitvarende schepen komen er langs. Het ruikt er naar teer. Het gerucht van lieren en kranen vervult de lucht. De zee is nog een vijftien kilometer verder, maar als de wind west is, kun je het zout al ruiken. Daar op dat kantoor lopen de kapiteins van de kustvaarders in en uit. Hun post komt er binnen. Ze vinden er aanwijzingen voor hun nieuwe
130