Later, veel later toen we eenmaal veilig en wel onder de bescherming van de Britse wal voeren, vertelde ze ons, dat die Britse kruiser een puur verzinsel was. En in convooi hadden we ook niet gevaren. Neen, Jan had de oversteek brutaalweg in zijn eentje gewaagd. Maar de Duitse vliegmachine was echt geweest, geloof dat maar. Die had eerst al zijn bommen ver naast het doel gegooid en daarop had hij de spuit van zijn boord-wapens op het schip gezet. Maar alles was goed afgelopen.
De Britse vloot zagen we pas een goede zestien uur na dat nachtelijke avontuur. Iedereen moest beneden blijven en de luiken gingen dicht, want we voeren bij de Downs en de Navy had geseind, dat niemand van de passagiers aan dek mocht. Een dikke Engelse matroos kwam aan boord. Hij daalde in het ruim af. Keek lachend naar de grote mensen en een beetje meewarig naar de verfomfaaide kinderen op de gonjezakken. ״Poor kids," zei hij.
Zo maakte de ,,Friso," na acht en veertig uren kris-kras kruisen ever de met mijnen bezaaide Noordzee, vast in Poole op de Zuidkust. Het vaderland lag in de verte. Engeland in volle oorlog lag voor ons. Voordat de passagiers werden ontscheept kwam Jan Klugkist zelf in het ruim. Die was ook blij, dat de reis er op zat. Al die tijd had hij aan het roer gestaan. „Ik moet nog even spreken over de kosten," zei hij aarzelend. „Wie geen geld heeft of het niet kan missen, behoeft niets te betalen. Maar bij wie het kan lijen, zou ik zeggen... eh .. . is vijftig gulden per persoon te veel? Kinderen beneden twaalf jaar betalen niets." Vijftig gulden voor een mensenleven. Ontelbaren in Nederland hadden graag het duizendvoudige betaald
129