plotseling in paniek kan omslaan. Vrouwen begonnen angstig heen en weer te lopen. Mannen vloekten en mompelden, dat ze die vier schoften koud zouden maken, voordat er ongelukken zouden kunnen gebeuren. Een gegons als van een zwerm bijen steeg uit het ruim op.
Vermoedelijk heeft men dat geluid ook in de stuurhut gehoord, want even later werd het luik opengeschoven en een matroos riep omlaag of er misschien iets niet in orde was.
״Kan dat luik openblijven?" riep iemand naar boven,
״we stikken hier."
״Ik zal het gaan vragen."
Even later kwam hij terug. Het luik kon openblijven. Was het nou goed?
Nou was het inderdaad beter, maar goed was het nog niet. Beneden werd haastig en druk gefluisterd. Toen riep iemand naar boven:
״Kunnen een paar mensen van ons even met de kapitein spreken?" ״Ik zal het gaan vragen."
Na een paar minuten verscheen Elly. De matroos sjouwde met de ladder. Even later kwam ze beneden in het ruim.
In een hoekje praatten een paar mannen zenuwachtig met haar. Zij scheen hen gerust te willen stellen. Maar wat ze zei konden we niet verstaan. Toen het gesprek afgelopen was, zei ze zó, dat iedereen het kon horen, en toch niet zó luid, dat ze de slapende kinderen kon wekken:
״Het schijnt, dat sommige mensen bang zijn, dat er iets kan gebeuren en dat ze dan niet weten wat ze moeten doen. Laat iedereen nu rustig gaan slapen. Hier, deze
127