״Die auto blijft hier," commandeerde de marinier en hij zwaaide met zijn revolver. „Ik vorder die wagen. Wie een poging doet die wagen mee te nemen, schiet ik neer."
De man was zenuwachtig; wie kon het hem kwalijk nemen?
Mijn dochtertje in de auto begon te huilen. „Maak geen drukte," zei de vrouw met het zwemvest tegen de marinier. „Die mensen hebben ook fatsoende-lijke ouders, net als jij." Ze stapte resoluut naar de auto, rukte een portier open en riep: „Passagiers voor Engeland uitstappen." > We zaten met zestien mensen in die vier persoons Chevrolet geperst.
„Grote genade," zei ze, „dat is geen auto, dat is een omnibus."
„Allemaal naar beneden," commandeerde de schipper. „Vort.. . over de loopplank, een beetje kwiek, je zult er niet in vallen, ook al loop je hard. Hierzo .. . door dat luik .. . pas op, de ladder staat een beetje naar links... en nou naar beneden, het ruim in." „We kunnen toch wel allemaal mee?" vroeg iemand angstig. „Met ons zestienen . . ."
„Wind je niet op," kalmeerde de vrouw de mensen, die
schutterig over de loopplank op het dek van het
scheepje klommen „er zitten al tachtig mensen in het
ruim ... en die zestien van jullie kunnen er ook nog
־wel bij. Jammer, dat jullie niet met z'n twintigen bent,
dan hadden we een mooi rond getal."
En met een stem, die opeens een stuk lager van toon
־was, riep ze naar een van de matrozen:
„Losmaken, Chris ... we vertrekken."
Dat was mijn eerste kennismaking met Elly.
123