tjes in de weiden, en de koebeesten liepen zwaar van melk.
Door de kracht van haar verlangen wist ze het heimwee over te dragen op de buren, die loom en traag luisterden. Ze hadden nog nooit een Fries weidelandschap gezien. Maar ze kenden het alsof ze er geboren en getogen waren. Ze luisterden critiekloos. Alle mensen hebben ergens achter in hun hoofd een plaatje van het Paradijs, dat ze nooit hebben gekend, maar heimelijk hopen ze er eenmaal te komen — het zou me niet verbazen, wanneer de bewoners van de Rapenburgerstraat zich het Paradijs voorstelden als een wijd Fries landschap met meren en bootjes.
En dat is nu eigenlijk alles wat ik van Aaltje kan vertellen . .. ware het niet, dat haar zoon Arie plotseling in het hele land bekendheid heeft verworven. Er werd in de buurt een jong meisje vermist, een kind van een jaar óf acht. Zoiets gebeurde wel meer. Meestal kwam zo'n schaap na een paar dagen weer terecht. Het was weggelopen. Het was verdwaald. Een enkele keer dregde de politie in de Markengracht en dan was er droefheid bij alle mensen, om het even of ze het slachtoffertje hadden gekend. Maar deze keer bleef het meisje spoorloos. De politie dregde en boekte geen resultaat. Er verschenen oproepen in de krant. Aan de buitenmuur van het politiebureau op het Meyerplein werd een groot biljet geplakt: vijf honderd gulden beloning. Met de foto van het meisje er bij. Zonder dat de mensen iets wisten, begonnen ze elkander toe te fluisteren, dat het verdwenen kind geen rechte dood was gestorven. En angstige moeders hielden hun dochtertjes 's avonds van de straat af.
De ouders van het verdwenen meisje, ten einde raad,
117