zal onze enige en beste zakenrelatie blijven, maar tegen zoveel pessimisme protesteert Betje heftig. Als die kruideniershal er is, kan vader bij Appie in de zaak komen, als chef of zoiets, want wie goed doet, goed ontmoet en zo heerst er ondanks de diefstal in onze huiskamer een sfeer van roerende vriendschap, die moeder aan het huilen maakt.
De diefstal komt natuurlijk in de kranten. Vader krijgt een boodschap dat hij op het politiebureau moet komen. Nujokofis vertrokken, durft juffrouw Van Bever weer niet alleen bij haar brandkast te blijven, zodat ze ons komt helpen gissen wat de commissaris vader wel zal vragen. Het duurt drie uur en dan is vader terug. De politie weet allang wie de inbraak op zijn geweten heeft, het is een oude bekende van de rechtbank, de dief wordt dag en nacht geschaduwd. Juffrouw Van Bever wordt er nog zenuwachtiger van. Ze durft voor geen goud 's nachts alleen in haar woning te slapen, maar daar zit nu eenmaal niets anders op, dus gaat ze 's avonds toch maar naar haar eenzame bed. Het is stil in huis, overal hoor ik de kleine geluidjes van slapende mensen. Plotseling wordt er gebeld, midden in de nacht gebeld, zoiets komt bij ons soort mensen nooit voor, tenzij er een ongeluk gebeurd is. Er wordt weer gebeld, wat eigenlijk vreemd is, omdat in de steeg alle trapdeuren dag en nacht openstaan en van beneden klinkt een luide stem, die onze naam roept. Het is de stem van een telegrambesteller.
KOM ZATERDAG THUIS NIET MET VOLLEDIG SUCCES MAAR NIET ONTEVREDEN HANS Wie kan vermoeden dat Henri du Pont ons een telegram stuurt van ons eigen geld, inplaats van een ansichtkaart. Wat kan het betekenen dat hij niet ontevreden is, zoiets seinje toch niet als er geen reden voor bestaat? In elk geval bewijst het telegram dat Henri de dief niet is. Stel je voor dat hij zaterdag uit Parijs terugkomt met het goede nieuws dat de perkamenten veel geld waard zijn. Waar zijn de papieren?
162