worden we dus vele malen per dag in de maling genomen. Zegt grootmoeder: 'Wat wil je? Zo zijn de mensen nu eenmaal. Eerst versieren ze je huis met gouden letters. Als er niks te halen is, gooien ze je in de goot en spuwen je in 't gezicht.'
Juffrouw Van Bever daarentegen weet haar gevoelens uitstekend te verbergen. Dat moet ze wel. Sinds de dief haar brandkast van binnen heeft bekeken, is ze te bang om ook maar een seconde alleen in haar eigen woning te zijn. Ze hokt bij ons. Jokof komt zijn moeder opzoeken. Hij weet al van de diefstal. Hoe? Van de rechercheurs, die bij hem zijn komen vragen naar Henri du Pont en wat die voor de kost doet en honderdduizend dingen meer. Tussen neus en lippen informeren ze ook of Jokof een alibi heeft voor de ochtend van de diefstal. Juffrouw Van Bever openbaart een nauwkeurige ontleding van Henri du Ponts karakter. Ze kan haar wantrouwen niet loslaten, of eigenlijk is het geen achterdocht tegen Henri in het bijzonder maar meer verdenking die ze koestert tegen iedereen. Jokof heeft met zijn moeder familiezaken te bespreken. Dat doet hij natuurlijk liever niet waar wij bij zitten. Met haar zoon als gezelschap is juffrouw Van Bever niet bang in haar woning. Door de gehorige zoldering heen klinkt wel een beetje gebrom, maar wat ze zeggen kunnen we absoluut niet verstaan, zodat grootmoeder met haar oor plat op de grond gaat liggen en na enkele minuten tot de conclusie komt, dat ze het over de brandkast hebben. Grootmoeder vertrouwt juffrouw Van Bever niet. Iemand, die zoveel praat als dat mens, heeft iets te verbergen. Kort en goed, volgens grootmoeder kan de buurvrouw best de hele inbraak op touw hebben gezet om onze perkamenten in te pikken. Vader komt thuis met een kwade bui omdat iedereen hem bespot. Op het werk zingen ze onafgebroken het liedje van de Dollarprinsessen, die miljoenen waard zijn. Zo zijn de mensen nou: een mens heeft geen vrienden, hij heeft alleen maar andere mensen, die hem benijden. Sommigen weten hun jaloezie te verber-
160