frouw Van Bever of ze verzekerd is. Natuurlijk is ze dat, stel je voor, zoveel effecten in huis en dan nog niet eens geassureerd. Grootmoeder concludeerd snel dat dus onze perkamenten ook onder de verzekering vallen en of Juffrouw Van Bever maar zo vriendelijk wil zijn de maatschappij te waarschuwen dat er ingebroken is en dat er waardevolle perkamenten ontvreemd zijn. Juffrouw van Bever wantrouwt wel de hele buurt, maar ze heeft vergeten twee namen te noemen, twee namen van mensen, die beslist en zeker van de papieren in de brandkast weten. Wie zijn die mannen? Jokof en Henri du Pont. Henri is naar Parijs, van ons eigen geld nog wel. Het kon best zijn, dat hij eerst de brandkast heeft leeggehaald en zich daarna door ons, door de bestolenen, naar de trein heeft laten brengen.
Daar moeten de rechercheurs meer van weten en juffrouw Van Bever gaat Jokof verdedigen, terwijl ze voor Henri geen goed woord over heeft. Midden in de verwarring en dat geschreeuw komt een heer met een zwarte bolhoed en een tas de woning van juffrouw Van Bever in, en hij heeft twee mannen bij zich met petten op.
Zegt de bolhoed: 'Bent U juffrouw Van Bever?'
Juffrouw Van Bever moet haar handtekening zetten op een stuk
papier.
Zegt de bolhoed: 'Mijn naam is Lambertus Glazenmaker, deurwaarder, en dit zijn mijn getuigen. In opdracht van Jan Hendrik van Tricht, zaakwaarnemer en rechtskundig adviseur aan de Hoogstraat 453 te dezer stede, heb ik beslag gelegd op een geld-trommeltje dat U in bewaring heeft, welk trommeltje eigendomspapieren bevat die recht geven op grondbezit in de Republiek Nicaragua.'
De deurwaarder waarschuwt dat juffrouw Van Bever dat trommeltje noch de inhoud ervan op enigerlei wijze mag vervreemden, vervoeren, een andere bewaarplaats geven of op zodanige wijze mag behandelen dat er hangende een rechtsgeding niet over de inhoud zou kunnen worden beschikt, en als hij deze deftige zin
158