draaiorgel vlak tegenover onze deur en met mutsen op en mirle-tons die lawaai maken. Maar het is geen Koninginnedag, het is een feest dat ze op touw hebben gezet ter ere van ons en het huis op nummer negen is het middelpunt met een groot stuk karton boven de deur:
GEFELICITEERD
en daaronder een ander bord, waarop lovertjes in gouden glimmers de woorden laten lezen:
HULDE AAN DE ERFGENAMEN
Vader wil weten wie deze dwaasheid heeft bedacht en hij kijkt wantrouwend juffrouw Van Bever aan, maar die weet opperbest dat we nog lang geen miljonairs zijn, dus misschien heeft Appie het feest op zijn geweten of iemand anders, in elk geval is zij onschuldig.
Als we de steeg inlopen, wijken de mensen eerbiedig opzij. Iedereen groet ons. Het lawaai houdt op, zodat het net is alsof we een bruiloftstoet zijn, die een kerk binnentreedt. Vader wenkt ons, we moeten snel mee naar boven gaan, stel je voor dat we nog langer op straat blijven, maar iemand roept dat we moeten trakteren en dat vader geen spelbreker moet zijn. Zegt grootmoeder: 'Als aan deze besmettelijke ziekte niet gauw een eind komt, ga ik naar de politie.'
Juffrouw Van Bever blijft op straat. Als we uit het raam naar beneden kijken, zien we haar met drukke gebaren iets uitleggen aan de mensen, nou dan hoeven we niet te raden wat ze vertelt, maar wie heeft die onzin verzonnen om ons huis te versieren en dat draaiorgel te huren?
Ik word naar beneden gestuurd om Appie te halen. Die kan best een half uurtje van zijn stalletje weg, Betje zal wel zolang voor hem de nering waarnemen. Dwars door de feestvreugde loopt Appie naar drie hoog, waar hij ongevraagd vertelt dat Betje en
155