Juffrouw Van Bever neemt de leiding van het gesprek en vraagt wat de visite nou eigenlijk wil en neef Simon zegt dat hij de brenger van het trommeltje is. Hij heeft het kistje natuurlijk niet open willen maken. Dat is een bewijs van zijn grote eerlijkheid.
Het komt hierop neer dat Oom Max er met zijn poging om vrede te stichten eigenlijk ingevlogen is. Hij weet niet beter of de familie wil vrede sluiten, in werkelijkheid komen ze vertellen dat zij recht hebben op een deel van de erfenis, ten eerste omdat neef Simon zo'n eerlijke man is, ten tweede omdat de papieren aan de moeder van grootmoeder Jans hebben behoord en dus kunnen zij ook rechten doen gelden en ten derde, als we dat niet geloven, zullen zij naar de beste advocaat gaan die er in het land te vinden is. Nou, en voordat de rechtbank in zo'n zaak uitspraak doet, verlopen er jaren en slepen de advocaten duizenden in de wacht. We kunnen beter al die poespas overslaan en vanavond de buit verdelen.
Grootmoeder is van dat dreigement in het geheel niet ontdaan. Als zo'n rechtspraak jaren duurt, moeten niet alleen wij, maar ook de lui van Vlooienburg al die tijd op hun geld wachten. Als zij een advocaat nemen, kunnen wij er niet buiten, dus wat dat betreft staan we volkomen gelijk. Dat klinkt wel erg logisch, maar grootmoeder vergeet een kleinigheid: de Vlooienburgers hébben al een advocaat, een felle zaakwaarnemer, ene Van Tricht uit de Hoogstraat. Die wil direct beslag leggen met een deurwaarder en twee getuigen, maar zij willen liever een schikking dan zo'n proces. Evengoed heeft die zaakwaarnemer al vijfhonderd gulden beet, zeggen ze met weinig geloof aan hun eigen woorden.
Nou, dan doen wij het goedkoper, voor ons gaat iemand naar Parijs en dat kost alles bij elkaar niet meer dan honderdvijftig gulden. Als die man terug is, weten we pas of dat eiland zoveel geld waard is.
Eiland, eiland, hoe kan dat nou, eerst spreekt iedereen over geld
152