Betje begint te huilen. Appie moppert dat hij geen tranen kan zien. Betje maakt dus eigenlijk misbruik van haar kracht. Betje echter vindt dat Appie eigenlijk geen slecht karakter heeft, maar hij wil nu eenmaal alle handel in zijn eigen hand hebben. Zij heeft geen man, zij staat alleen, wie vecht er voor haar? Nou, nou (sust Appie met zijn grote lichaam en kleine hartje), nou, nou, zo erg is het nou ook niet. Vader vraagt waarom Appie en Betje elkander eigenlijk dood-concurreren. Iemand die een ei koopt voor een halve stuiver, betaalt net zo graag drie centen, nietwaar? Jonas trekt zijn slimste gezicht en zegt dat hij weet wat vader bedoelt. Maar vader beweert dat hij dat eigenlijk zelf niet goed weet. Jonas draaft door en houdt vol dat vader wil dat Betje en Appie samen zullen gaan doen. Wat kan vader daar nu tegen hebben, en dat zegt hij dan ook heel duidelijk. Om zoiets te begrijpen heb je niet zoveel hersens nodig. Jonas ontdekt opeens dat Betje en Appie nu aan tafel zitten alsof ze de beste vrienden zijn. Dat zijn ze toch eigenlijk ook, beste vrienden met dezelfde belangen. Als ze na een gesprek van uren eindelijk bij ons weg gaan, houdt Appie de deur voor haar open. 'Betje, ga jij maar vóór, ik loop nog een eindje met je mee tot aan de hoek.'
Jonas blijft in de kamer achter. Hij kijkt triomfantelijk. Wil vader misschien nóg volhouden dat hij geen miljonair is? Vader mag het, wat hem betreft, ontkennen, maar Jonas weet zeker dat hij het bij het goede eind heeft. Zeg nou zelf, vader maakt met een paar woorden twee concurrenten tot compagnons. Zoiets kan een mens niet als hij geen stuiver bezit. Wel bedankt voor je hulp. Weg is Jonas, de deur uit.
Vader slaat met een moedeloos gebaar de handen in de lucht. Elk woord dat hij spreekt, wordt verkeerd uitgelegd. Moeder zegt: 'Als de mensen denken dat je rijk bent, nou dan bén je rijk.'
Het gerucht verspreidt zich in de steeg dat de milj onairs van num
143