II
OP een avond, na het eten, komt een man bij ons boven, die ik niet ken. Hij zegt tegen vader, dat hij zijn neef Simon is en dat hij een droeve boodschap moet brengen, vaders moeder is dood en ofschoon ze met haar zoon in onmin leeft, vraagt ze die Simon op haar sterfbed of hij aan vader een ijzeren kistje wil brengen, dat in haar linnenkast achter een stapel handdoeken verborgen staat, en hier is het kistje. Dank je wel, en ze praten nog een hele tijd over grootmoeder Jans en van de doden niets dan goeds, maar grootmoeder Griet en mijn moeder en ikzelf staan te trappelen van nieuwsgierigheid, want we willen natuurlijk weten wat erin zit.
Ik word de straat opgestuurd om oom Max te halen en als ik een half uur later met hem terugkom, is neef Simon weg, maar het kistje staat nog in het bruine papier op tafel. Vader zegt dat hij het niet eerder wil openmaken of ook Max moet erbij zijn als getuige en als tweede zoon van de overledene. Het papier gaat eraf en het trommeltje draait met veel gepiep open en wat komt eruit, geen juwelen, geen goud of zilver en ook geen geld, maar wel een hoop papieren. Dat is een trouwboekje enne dat is een overlijdensakte van grootvader enne dat is een papier van de begraafplaats enne, wat zullen we daar hebben, nee maar, onder uit de trommel haalt vader een pakje vergeelde documenten, waar een lintje omheen geknoopt zit. Vraagt oom Max: 'Wat is dat voor iets?' Antwoordt grootmoeder Griet: 'Als je het mij vraagt zijn het effecten.'
Het zijn geen effecten, want dan moesten er coupons aan zitten, die je elk jaar afknipt, nee, het zijn tien documenten in een buitenlandse taal, die niemand kan lezen. Er loopt een lange loodrechte lijn midden over het papier, dat geen papier is, maar perkament en met krulletters staat erboven: REPUBLICA NICARAGUA. Oom Max zucht dat het iets is om uit te zoeken
134