hen die evenals ik geloven in zalm en verse broodjes... één Spinoza is genoeg voor de Lage Landen.
Hier volgt het dan, het verhaal zelf. Ik heb het opgeschreven, zoals ik het uit de mond van mijn ome Zelik heb gehoord en zoals ik het mij meen te herinneren.
Ome Zelik was iets heel ver in de familie, maar hij at minstens één keer in de week met ons mee, soms drie keer. Hij was een gezellige prater. Zijn verhalen borrelden op uit een mystieke bron. Hij kón niet zwijgen.
'Als hij gefotografeerd wordt, staat hij er altijd sprekend op.' Misschien was hij wel een pathologische mythomaan, maar wat doet dat ertoe, zijn verhalen waren boeiend. 'Is nou alles waar watje vertelt?'
'Je hebt toch weieens gehoord van Sjang en Eng? Twee Siamese zusjes, die aan elkaar werden geboren en zo zijn blijven leven. Ze waren op de kermis te zien. Nou er was een man, die met die aan elkaar gegroeide tweeling op stap was geweest. Vroegen ze hem later of hij zich had geamuseerd. Zei hij: ja en nee! Of alles waar is wat ik vertel? Ja en nee!
I
STEEK een verse sigaar op, ik ga U een gebeurtenis vertellen, die geschied is, toen ik nog maar een jonkie was en die ik ken van horen zeggen. Omdat het een beetje een ingewikkelde historie is, lijkt het me 't verstandigste te beginnen met een beschrijving van de Markensteeg en van de mensen, die in het verhaal voorkomen.
Op de ene hoek van de Markensteeg is de slagerij van juffrouw Granaat. Nou ja, slagerij is een duur woord voor het werk dat zij er doet. Het is niet veel meer dan het makkelijke babbelwerk achter de toonbank en de eigenlijke slager Granaat is een knecht, die Moos Schijvenschuurder heet.
130