L.
Trudi ziet er beslist opgewekt uit. Als spreker overkomt het je dikwijls, dat je je aandacht beperkt tot één persoon in de verga dering-vóór-je. Al mijn woorden zijn deze keer tot Trudi gericht. Ik heb het gevoel dat zij en ik alleen in die zaal zijn. Zodra ik uitgesproken ben komt ze naar mij toe. Een vlot meisje, typisch kind van haar generatie met het kwasie-onverschillige woordgebruik, dat behoort bij de langspeelplaten. Ze vertelt: 'Op een dag besefte ik met schrik, dat ik er een boosaardig genoegen in schepte Heinz die zoveel voor mij betekent en voor wie ik zo dierbaar ben, te treiteren en te sarren. Altijd weer draaide mijn gejudas om hetzelfde: de Duitsers zijn zo goed. En onderwijl wist ik dat ik tegen heug en meug dingen beweerde die onzin waren.'
Toen kwam de oplossing. Vrij simpel. Trudi ging op kamers wonen. Vlakbij Heinz en Annie, anders was ze nooit het huis uitgegaan, ze zien elkaar elke dag en ze telefoneren minstens vier maal per etmaal, maar de dwang van het samenwonen en vooral vah hetzelfde denken is vervallen. Nu verschrompelen de conflicten.
'In een paar weken tijds was ik van die hele Duitse bevlieging genezen. Ik haat de Duitsers niet al zie ik levensgroot de schuld, die zij hebben aan het grote ongeluk. Ik ben niet van plan die dingen met een soepel gebaar uit mijn denken weg te gommelastieken. Maar we moeten wel hopen op een nieuwe Duitse generatie, of we 't willen of niet, anders is de toekomst van iedereen zo hopeloos, dat alle Nederlanders beter en masse kunnen emigreren. Ik heb die weke hersentjes van mij hevig moeten verzwikken voordat ik zover kwam. Nu ben ik in mijn nekje gegrepen door het Zionistisch ideaal. Ik loop er warm voor; een mens moet toch ergens bij horen. Ik ben heus geen pionier, zo ééntje uit een film met een huifkar en een pothoed. Ik kan best leven zonder dat ik elke dag voorbeelden van heldenmoed demonstreer. U hebt het zoeven in Uw redevoering goed uitgedrukt: het bestaan van Israël heeft de Joden buiten Israël nog meer veranderd
124