goede verstaander zijn een paar sleutelzinnen voldoende: Heinrich Heine die nooit Joodser was dan toen hij de doop had ondergaan en nooit meer Duitser dan toen hij Frankrijk idealiseerde, Heine romantiseerde een Duitse revolutie die óók een Duitser zou zijn; en toen kwam de tijd die de eeuw van de Verlichting heette, maar 't was kunstlicht. Napoleon, de grote gelijkmaker van volkeren, had verordineerd, dat de Joden vrij zouden worden, mits ze ophielden Joden te zijn. Een honderd jaar later werden die woorden nog steeds geloofd. De principiële assimilatie: 'Schliesslich sind wir doch alle deutsche'. In de eeuw van de rationele kennis was immers geen plaatsje over voor de irrationele poespas, die woestijn-nomaden lang geleden hadden bedacht. Zo droomden ze in het paradijs der dwazen, terwijl de spanning in de vulkaan steeds groter werd. Ze bezongen met nationale bier-sentimentahteit de deutsche Waelder en in 1914 papagaaiden ze: 'Gott strafe England.' Jawel, jawohl, yes sir, mais oui, asjeblieft, in elke taal is het woord anders, maar in alle talen is de harde les gelijkluidend: om te assimileren zijn er slechts twee nodig, de eerste, die wil assimileren en de tweede, die laat assimileren. Slechts twee, meer niet, maar in het drama van Heinz en Annie en van honderdduizend anderen in alle landen op de planeet aarde, laat de tweede verstek gaan, juist altijd op het ogenblik, waarop hij nodig is, precies zoals destijds Sodom en Gomorrah gespaard zouden zijn gebleven als die ene goede inwoner thuis was geweest.
Heinz Kaufmann
OP een dag krijg ik een telefoontje. Heinz. 'Wil je overmorgen-avond bij ons komen, het wordt iets bijzonders, we zullen jou er graag bij hebben, we hebben zoveel aan je te danken.' Er worden die avond handen geschud, er worden oude geschiedenissen opgehaald en dan zegt Heinz, dat een plechtig ogenblik
110