Annie staat er bij als een slaapwandelaarster.
Dan stamelt Trudi onbeholpen: 'Dat hebben de moffen gedaan.'
'Je bent helemaal overstuur, Heinz. Daar is het kind nog veel te
jong voor. Het kamp heeft je gék gemaakt.'
'Ik ben al die jaren gek geweest, maar in het kamp heb ik mijn
verstand teruggekregen. Dat hebben de moffen gedaan.'
Riekie de Vries
IS AAC van Straten komt niet terug. Riekie, zwaar van lichaam, reist liftend door het vrije land, zoekend naar een spoor van de vader van haar kind. Loodzwaar drukt de zekerheid, dat zij hem nooit meer zal terugzien. 'Het leven gaat verder, maar 't wordt iemand wel erg moeilijk gemaakt.'
Van haar hele familie is zij de enige die de verschrikkelijke jaren heeft overleefd. Vader en moeder, broers en zusters, neven en nichtjes, allen zijn in de gaskamers verdwenen. 'Ik heb 't van de week op een nacht liggen uitrekenen. In mijn familie zijn zevenenzeventig vacatures.'
Zij weet niet tot wie zij zich om hulp moet wenden in het moeilijke uur, dat niet zo ver meer is. Het land is nog steeds een chaos. Er zullen straks wel allerlei Joodse instanties zijn, die zich haar lot graag aantrekken, straks. Maar kan zij daarop wachten? 'Nee, ik heb nooit een Jodin, maar wél altijd een mens willen zijn. Ik zal mezelf wel redden.'
Zij gaat terug naar Heerlen, waar zij in één van de kleine dorpjes mensen kent, op wie zij tijdens de bezetting heeft kunnen vertrouwen.
'Wie goed was toen het in de wereld slecht ging, kan niet opeens slecht geworden zijn, nu het in de wereld beter gaat.' Op een dag krijg ik een brief van haar. Het kind is een jongetje. Het heet David. Door één van die niet zo zeldzame spelingen der natuur is het zonder voorhuid ter wereld gekomen. Riekie
108