stad werd verdeeld in een jodenkwartier en een vrije stad met een muur er tussen - toen de café's en de bioscopen voor joden werden gesloten - en het Beest zijn feesten van bloed en bodem in Amsterdam ging vieren - toen weigerden Mirjam en Wolf een ster te dragen. Wolf zei: 'Ik erken de vijand niet. Ik ontken zijn bestaan en zijn vermeende rechten. Ik heb met joodse raden niets te maken. Ik ben Nederlander. De enige wet is de grondwet en daar houd ik me aan.'
Ze bleven gewoon doen, voor zo ver dat dan onder die ongewone omstandigheden mogelijk was. Door een dom toeval zijn ze toen allebei gepakt en naar de Hollandse Schouwburg gesleept. Niemand weet welke krachten in een mensenziel wakker en sterk kunnen worden, wanneer grote gevaren dreigen. Misschien had Wolf toch iets in zijn persoonlijkheid van een onverschrokken avonturier. Maar het kan best zijn, dat hij zich innerlijk nooit heeft kunnen voegen in de lotsgemeenschap van joden in de Hollandse Schouwburg. Hoe het ook zij, hij behoorde tot de velen, die van begin af aan zonnen op middelen om aan die doorgangsgevangenis te ontsnappen - en hij was één der weinigen wie de ontvluchting gelukte. Hij, de wanhopig-onhandige, de bijna hulpeloze man, speelde het klaar een bewaker om te praten. Samen met Mirjam bereikte hij het dak van de schouwburg. Via de daken van de aangrenzende huizen kwamen ze in de vrijheid terug, de betrekkelijke vrijheid.
Door duizend mirakels behoed hebben die twee kans gezien de bezettingstijd te overleven. Vrienden hadden de kleine Sacco in de buurt van Amersfoort onder dak ge-
199