ernstig handgemeen scheen het echter deze keer niet te zullen komen.
Izak mompelde: 'Nu moet ik..
Op straat worstelde hij zich door de menigte, totdat hij vlakbij de aanvoerder van de bende gekomen was. Izak gaf de man een stomp. Daarna zette hij het op een lopen, de meute jachthonden achter hem aan.
Hij rende over het Waterlooplein, over de Sint Anthonies-sluis, de brede straat in naar de Nieuwmarkt. 'Grijp die jood. Sla hem dood.'
Hij zwenkte rechtsaf, de Koningstraat in. Hijgend stond hij stil voor een smal zijstraatje. Hij zag een deur. Hij rende er heen. De deur was afgesloten. Er stonden letters op: Bre-mertuin.
Hij duwde met kracht tegen de deur. Een stil binnenplaatsje. het is het binnenplaatsje van de droom die hem zijn hele leven heeft vervolgd. De huizen zijn opgetrokken in een uitheemse bouwstijl. Veel hout. Vensters, die uit de gevellijn naar voren springen. het vreemde huis. Het heeft twee verdiepingen. Hij gaat het huis binnen. Opeens staat hij op een overloop. Een van de uniformen is hem gevolgd. Die staat niet ver van hem vandaan. Nu komen meer zwarte uniformen de trap op. Het Vreemde Huis is er vol mee. Een man, die vlak bij hem staat, springt op hem toe. Ze vechten. Izak voelt een worgende greep. Zijn keel wordt dichtgeknepen. Hij krijgt een duw en hij rolt de trap af. Beneden in de trapopening blijft hij liggen. Maar is hij het zelf? Hij herkent het lichaam van Izak Nahum, maar hij zelf zweeft boven dat dode lichaam. Hij weet: voor mij is de
75