immers over dat blondje gesproken... wohlauf dann mein Junge, hij heeft die twee samen gezien en verder was het een kwestie van één en één is twee.
Niemand voelt enige twijfel aan de waarheid van deze verklaring ... alleen Izak zelf is onzeker. Hij heeft die industrieel immers niet gezien; en de blonde vrouw heeft hij verzonnen. Heeft hij dat alles eigenlijk wel verzonnen ? De blondine bestaat. Ze heeft de industrieel onttakeld totdat hij kapseisde. Fantasie is waarheid, en werkelijkheid is verbeelding. Hij denkt: wie ben ik eigenlijk ?
Een of tweemaal per jaar spoorde Izak van Berlijn naar Amsterdam, de plichtsgetrouwe zoon, die een lange reis maakt om zijn oude moeder een genoegen te doen. Vranja woonde in een particulier verpleeghuis 5 Izak zorgde, dat het geld op tijd op tafel lag. Hij ging steeds meer lijken op de gespannen mensen, die tijdens het beursuur op het Damrak de koersen staan te lezen5 je hoort de raderen van hun hersens dreunen: wat verdien ik... wat verdien ik... ? Als ze Izak vroegen hoe het leven in Berlijn hem beviel, zei hij: 'Ik heb me niet aangepast. Ik ben gevlucht.' 'Maar hoe gaat het met je?'
'Na de dood van mijn vader was ik bang om met Vranja alleen te blijven. Berlijn kwam als een verlossing. Ik geloof wel, dat ik een rustig leven heb.' 'Erg opgewekt klinkt het niet.'
'Och, er zijn natuurlijk overal wel eens moeilijkheden', zei Izak.
De waarheid was, dat hij zich zelf bedroog. De moeilijkheden in Berlijn werden steeds groter, en hij wist het.
157