recteur geldt als een der sluwste zakenlieden van Duitsland. De soliditeit van die zaak is spreekwoordelijk. Zonder enige grijpbare aanleiding zegt Izak: 'Als we niet voorzichtig zijn, gaat die man ons veel geld kosten.'
Terwijl hij die woorden spreekt valt het Panorama-gevoel op hem, als een vangnet met fijne mazen. Hij hoort een stem, maar het is niet het geluid van zijn stem. Noch is het de stem van Avrom. Enkele seconden later is het beklemmende gevoel geweken.
'Waarom voorzichtig zijn?' vraagt iemand. Hij weet, dat van hem een antwoord wordt verwacht met een causaal verband tussen nuchtere feiten en waarschuwing. Wat weten die mensen van het Panorama-gevoel? Kwasi-achteloos zegt hij:
'Ik zag die directeur dezer dagen in de schouwburg. Een blonde vrouw naast hem. Kostbaar bont, goud, juwelen. Zo eentje, die niet eerder voldaan is of ze moet haar rijke minnaar hébben leeg-gebloedzuigerd.'
Misschien blijft dit gesprek met weerhaken hangen in de geheugens van zijn collega's, omdat de blonde vampier bezit van hun gedachten heeft genomen. Een paar maanden later kan iedereen woordelijk de waarschuwing van Izak herhalen. De ogenschijnlijk bloeiende industriële onderneming verkeerde reeds lang in ernstige moeilijkheden. De directeur is inderdaad de leeggebloede prooi van een blonde vrouw. Om haar grillen te kunnen bevredigen heeft hij de onderneming aan de rand van de afgrond gebracht. ' Hoe heb je dit zo vroeg kunnen weten ?' vragen ze. Izak houdt vol, dat het een rekensommetje was. Hij heeft
156