waarts en de grillige loop bovenstrooms in één blik... zo iemand ben ik. Het Panorama-gevoel verontrustte hem nauwelijks meer, maar hij wist, dat het hem soms midden in het werk op de Bank kon overvallen... en dan ontstonden moeilijkheden:
In het koffie-uurtje zitten wat mensen van de Berlijnse Bank bij elkaar. Z<? praten over het werk. De koers van een bepaald aandeel. Van dat fonds heeft Izak hoegenaamd geen begrip. Omdat hij zich echter aan zijn prestige verplicht gevoelt een zekere mate van deskundigheid voor te wenden, zegt hij achteloos:
'Oh, die aandelen... die staan de volgende week om deze tijd negenendertig punten hoger.'
Terwijl hij dat zegt is hij plotseling terug in het Panoramagebouw in Amsterdam. Het Beleg van Haarlem. De angst der burgers. De dood door verdrinking. De duizeling-wekkende koepel van wit licht. Hij zweeft boven zijn eigen lichaam.
Even onverwacht als het kwam, is het Panorama-gevoel verdwenen. Niemand in het gezelschap merkt, dat zijn stem gedurende een fractie van een minuut anders klinkt, holler met een echo-achtige weerkaatsing. Izak denkt, dat het de stem is van Avrom, zijn vader.
Een week later, precies een week later, zijn die aandelen inderdaad gestegen; op de kop af negenendertig punten. Iedereen herinnert zich Izak's profetie. 'Hoe heb jij dat geweten ?' 'Puur toeval. Goed geraden, dat is alles.' Enkele dagen later zitten ze te praten over een goede klant van de bank. Een bloeiende industriële onderneming. De di
m