'Eigenlijk haat ik jullie allemaal,' dacht hij. Maar zijn mond zei:
'Wie gelooft, dat hij naar de hemel zal gaan... die gaat naar de hemel. Wie zo zwaar met schuldbesef is belast, dat hij de hel als een zekerheid en de hemel als een lot uit de loterij beschouwt, die gaat naar de hel, onherroepelijk... want hem zal geschieden naar zijn geloof. In de Banaat zeggen ze: als de mens gestorven is, dromen zijn hersens verder... dat verder dromen is het hiernamaals.' In de stilte, die op zijn woorden volgden, wierp hij een zware steen toen hij riep:
'Alles bestaat slechts omdat wij weten, dat het bestaat. De wereld, God, hemel, hel... het zijn allemaal kinderen van onze fantasie.'
De zachtmoedige broeders wezen hem niet de deur, maar ze deden hem begrijpen, dat hij voortaan niet welkom zou zijn.
Enkele dagen nadat hij deze verwarde theorieën over dood en leven had ontvouwd, overviel het Panorama-gevoel hem weer, en 's nachts droomde hij van Het Vreemde Huis. Altijd was de droom geëindigd met een zoet gevoel van bevrijding, deze keer echter ontwaakte hij met de gedachte, dat hem een groot onheil wachtte. Hij was rusteloos 5 hij had de behoefte ergens een harde schop tegen te geven. Die dag raakte hij verzeild in een bijeenkomst voor volwassenen, die gehouden werd in een van de kamers van een synagoge in de Rapenburgerstraat. Bedachtzame mannen, die vervuld van heilige ijver, de Heilige Boeken bestudeerden en eindeloos konden praten over de diepste betekenis van één enkel woord.
147