van hun kinderen aan bedwateren leed. Het onmogelijkste werd verzonnen om die schande binnen de vier muren te verbergen. Het natte beddegoed werd op vlierinkjes gedroogd, of desnoods op een donker platje tussen de achtergevels. Het vreemde van Vranja echter was, dat ze zonder enige terughoudendheid aan god-en-de-hele-wereld vertelde, dat haar Izak geen enkele ochtend droog wakker werd.
'Iedereen mag het gerust weten. Izak pist nog elke nacht in bed, de grote lummel.'
Bij voorkeur gaf ze die familieschande aan de openbaarheid prijs, wanneer Izak er bij was. Soms protesteerde het kind zwakjes.
'Jawel hoor, hij pist in bed. Slaan zal ik je niet, maar ik zal je wel overal voor spot en schand zetten. Leer je het wel af.' Elke dag spreidde ze het met urinekringen getekende beddegoed uit op de vensterbank van het voorkamertje. 'Zó... Kan de hele wereld de landkaart van de bedzijker zien.'
Izak was een tenger kereltje met zwaarmoedige donkere ogen5 veel joodse kinderen in de Banaat werden met die 'Judenkuck' geboren. Hij was wat de mensen noemen: een stil kind. Beslist intelligent, maar op één punt scheen zijn verstand hem in de steek te laten. Gewone kinderen leren ongemerkt het verschil tussen de dagen. Tegen de tijd, dat ze jarig worden, tellen ze de uren5 nog vier nachten slapen, nog drie nachten slapen enzovoorts. Zodra de verdeling van de tijd in dagen ter sprake kwam, scheen het echter alsof Izak's gedachten voor een hoge muur stonden. Op allerlei wijze bleek, dat hij het begrip tijd niet kon omvat
132