op de tast een visje gereed, en met de verrukkelijk-zoute nasmaak in de mond gaan ze weer naar bed, voor een gelukzalige slaap.
Terugleven in het verleden doet me denken aan onderwater-zwemmen. Ik heb met een glazen masker voor in de Caribische Zee gezwommen. Zo lang er lucht in het masker was, kon ik onder blijven, in die andere wereld. Je hebt alleen een vrije wil, wanneer je erin wilt springen, maar eruit komen - dat hangt van factoren buiten je wil af. In de lauwe blauwe diepten van de tropische zee onderga je de sensatie van degressie zo acuut, dat je denkt: 'Zo ben ik geboren en zó zou ik willen sterven'
Een verwant gevoel wikkelt mij in donzen sluiers, wanneer ik terugdenk aan de wereld van mijn jeugd en aan de mensen, die deze wereld hebben bevolkt en die ik altijd bij mij zal hebben, zolang mijn hersens zullen dromen. In de eerste jaren na hun totale vernietiging en na de verwoesting van de krottige tempeltjes, waarin ze woonden - kon ik niet over hen schrijven zonder dat weemoed mijn hand vertraagde. Maar het leven ging verder. Het verdriet is er nog wel, maar de littekens zijn vergroeid. De weemoed is stiller geworden. Als ik een paar jaar geleden nog door de oude buurt dwaalde tussen de ruïnes en de vervallen krotten, was het alsof de deur van een grafkelder openging. Maar nu zijn de huizen weg. Zelfs de grafkelder is verdwenen. Nu parkeer ik mijn auto op de plaats waar ik ben geboren, wat is het verschil tussen deze parkeerplaats en alle andere parkeerterreinen ? Is er dan van die wereld van vroeger niets over dan de zee der herinnering, waarin je duikt met een masker en een slok
123