achtergrond van zijn belangstelling gedrongen. Er was nu nog slechts één onderwerp, dat zijn gedachten geheel in beslag nam. Het concert. Bestond dat kinderkoor al meer dan twintig jaar? Hoe was het begonnen? Uit welke groepen van arbeiders kwamen die kinderen, en hoe waren ze gekleed?
'Wacht maar tot vanavond,' weerde ik af, 'dan zul je het allemaal zelf kunnen zien. En vooral: horen. Ze zingen prachtig.'
'Wat zingen ze?'
'Kinderliederen en godsdienstige liederen ook.'
'Religieuze?'
'Sommige...'
'Imposible... een socialistisch koor kan geen religieuze liederen zingen.'
'Je zult het vanavond zelf horen.'
Hij zat enkele ogenblikken in zichzelf te mopperen. Het was blijkbaar een heftig gesprek, want zijn armen en handen hadden het druk.
'Ah...' riep hij plotseling en sprong van de bank tegenover me op, greep me bij de arm, 'ah... je vergist je kameraad... Dat kan niet... Jullie bent tegen de godsdienst. Dit is Holland, nietwaar... wij lezen in Spanje een brochure van een Hollandse socialist... één over het historische materialisme... hoe is de naam ook weer ?'
Hij struikelde enkele malen over een paar namen, totdat we samen hadden uitgedokterd, dat hij een brochure bedoelde van Herman Gorter. Victoriano had ze ook gelezen. Hoe hij er toe kwam juist op grond van die brochure stijf en strak vol te houden, dat een socialistisch koor in Nederland geen religieuze liederen kon zingen, ontging me totaal, maar dat kan wel aan mij hebben gelegen. Als ik het wel heb, is die brochure omstreeks 1910 in ons land verschenen en het was lang geleden, dat ik ze gelezen had. In elk geval laat in de twintiger jaren, ontleende Victoriano er het recht aan om een oordeel uit te spreken over het repertoire van een kinderzangkoor.
In Amsterdam aten we een hapje. Tijdens de maaltijd werd het vraag- en antwoordspelletje voortgezet. Toen zijn wetensdrang vrijwel bevredigd was, ging hij ten behoeve van mijn opvoeding een
84