bevalen dat de bibliotheek moest worden gesloten en dat het personeel alleen persoonlijke bezittingen mocht meenemen. Een bijzondere 'Einsatz', direct verantwoordelijk aan dr. Alfred Rosenberg in Berlijn, kreeg opdracht het gebouw leeg te halen en alles naar Berlijn te zenden. Het instituut had in een ander gebouw aan de Keizersgracht een groot pakhuis tot zijn beschikking, dat geheel vol lag met kranten en tijdschriftenverzamelingen; dat werd eveneens in 1941 leeggehaald en naar het oosten gevoerd.
Het is later bekend geworden, dat in 1944 dr. Rosenberg een brief aan Seys Inquart zond, waarin hij de Rijkscommissaris voor Nederland wees op de militaire situatie en er bij hem op aandrong maatregelen te nemen, opdat in elk geval de archieven in het Internationaal Instituut in Berlijn zouden zijn. In grote haast werd toen door de Duitsers alles ingepakt en in de maanden September-October 1944 met kleine schepen naar Friesland en Groningen gebracht en daar op andere schepen naar Emden overgeladen.
Toen de bevrijding kwam was het gebouw aan de Keizersgracht volkomen leeg, er was zelfs geen snipper papier meer te vinden. Mevrouw Adama van Scheltema zette zich aan het werk, het bijna hopeloos schijnende werk, om de verdwenen archieven terug te vinden. In een van de interneringskampen vond zij een Nederlandse chauffeur, die bij het wegvoeren van de archieven behulpzaam was geweest. Deze man wist te vertellen, dat een Nederlands meisje in Friesland en Groningen getuige was geweest van het overladen van de archieven uit kleine schepen op enkele grotere boten. Na een ijverige nasporing, die in een detectiveroman geen slecht figuur zou slaan, wist mevrouw Scheltema het bedoelde meisje in Brabant te ontdekken, dat zich wonder boven wonder nog de naam van de twee kustvaarders kon herinneren, die de archieven verder Duitsland in hadden gebracht. Het waren de 'Alkmaar' en de 'Komeet'. Alle nasporingen naar de verblijfplaats van deze schepen schenen vruchteloos. Totdat in Maart 1946 van militaire zijde het bericht binnenkwam, dat men in het bezit was gekomen van een lijst van Nederlandse schepen, die in Duitsland
231