schiedenis verbonden van de man, die haar heeft bijeengebracht, maar bovendien nog de geschiedenis van de wijze waarop zij uit Duitsland naar Nederland kwam.
Om belangrijke verzamelingen over de oostelijke grens te krijgen, zijn vaak zeer ingewikkelde smokkeltrucs toegepast, maar mede door de hulp van een Bcrlijnse expediteur, die niet aarzelde bij herhaling grote risico's te lopen, is er nooit een van die gesmokkelde bibliotheken verloren gegaan.
In 1937 werd de noodzakelijkheid gevoeld om in Frankrijk een afdeling van het instituut op te richten. In de eerste plaats was daar de autarkische tendens in Frankrijk zelf, waardoor het niet altijd mogelijk bleek verzamelingen uit dat land naar Nederland te krijgen, maar daarnevens meende men, dat een deel van de verzameling in geval van oorlog beter in Frankrijk zou zijn dan in het eigen land.
In 1938 echter werd het allengs duidelijk, dat ook het huis in Frankrijk geen afdoende beveiliging zou bieden en daarom stuurde de Centrale in dat jaar alle Marx-Engels brieven naar Engeland met de bedoeling dat meer verzamelingen zouden volgen.
Later gingen kostbare archieven, alle eerste drukken van boeken en bijzondere stukken, naar Engeland, in totaal 120 kisten met kostbaar materiaal. Begin 1940 gingen nog eens 22 kisten naar Frankrijk, die echter onderweg zijn zoekgeraakt en waarvan men nooit meer iets heeft gehoord. Trouwens, in de oorlog werd het huis in Frankrijk door de Duitsers ontdekt en leeggehaald.
Met de inval van de Duitsers in Nederland scheen het noodlotsuur voor het internationaal instituut geslagen. Het was te verwachten, dat de nazi's en hun handlangers zich op de verzamelingen zouden werpen. Wat zou er van de bibliotheken terecht komen? Zouden er ook in Nederland brandstapels verrijzen, en zouden de kostbare boeken, die niet naar het buitenland in veiligheid waren gebracht, aan de vernielzucht van de vandalen ten offer vallen?
In Juli 1940 kwam de SS in het Internationaal Instituut. De Duitsers
230