lijkheid. Maar zo'n stoel krijgt sfeer en een eigen uitstraling van persoonlijkheid, wanneer het meubel door een levend mens is gebruikt. Hoe langer het is gebruikt, des te meer persoonlijkheid heeft het verkregen. Veilingen zijn broedplaatsen der romantiek.
In de vertellingen uit de romantische periode der letterkunde komt de geschiedenis meermalen voor: een mens is gestorven en de verwanten, die hem hebben liefgehad, besluiten de stoel, waarop hij altijd placht te zitten, niet meer te gebruiken. Ze eren zijn nagedachtenis door het stukje eigen persoonlijkheid, dat hij op het meubel overdroeg, ongeschonden te laten. Dik-sentimenteel, zo'n geschiedenis, jawel, maar helemaal zonder zin is zij nochtans niet.
Wanneer dit al voor meubelen geldt, hoeveel sterker moet dit alles toepasselijk zijn op voorwerpen, die - om het zo maar eens te zeggen - de directe uitstralingen van een menselijke geest hebben ondergaan. Een oude brief heeft atmosfeer. Veel mensen zijn zonder het zelf te weten ontvankelijk voor het karakter van de briefschrijver, zoals dat spreekt uit de indeling van de bladspiegel, uit het rhythme van de schrijftekens, de loop der regels. Ze ondergaan de geest van de mens, die de brief schreef, ook al zijn ze volstrekt onkundig van de wijze waarop hun gevoel tot stand komt. Zijn ze met enige verbeeldingskracht begaafd, dan zien ze 'iets', wanneer ze zo'n oude briefin de hand nemen: de briefschrijver, ofschoon hij reeds vele jaren dood is. De zorgen en de nood, of wel de verrukking en de vreugde, die zijn hand bestuurden, toen hij die thans vergeelde brief schreef. In de rationele zin van het woord leren ze misschien niets van zo'n oude brief, maar op een raadselachtige manier worden ze er wel wijzer van.
En wanneer de lezer dus straks mocht hebben gedacht: 'Die schrijver springt van de hak op de tak.'... dan zal hij me thans wellicht begrijpen, wanneer ik zeg, dat het berekende en rekenende verzekeringsbedrijf mij in veel opzichten de tegenpool lijkt van het fantasie-rijke bibliotheekwezen. De tegenstelling tussen proza en poëzie. Tussen nuchterheid en romantiek. Tussen de ingenieur en de dichter.
Maar ergens moet toch de synthese van deze tegenstellingen liggen. Het opmerkelijke van De Centrale nu is, dat zij niet éénmaal, maar
223