en joelen en op de achtergrond stond die Amsterdammer te bulderen van het lachen.
Toen Molly cn ik eindelijk buiten adem waren en ik me voorzichtig uit haar armen kon pellen, zei de kellner droogweg: 'Nou fader as-je-me nou nog wil besijbele' met je smoesies, dat jullie geen verloofd stelletje bint, dan motje het maar segge', maar as bij ons thuis een jongen en een mcissie elkaar zo staan te klapsoene' as jullie daar net deed, dan segge' wij: bestel de rijtuige' maar vast, want de bruiloft mot niet te lang uitgesteld worde.'
Nou en dat is nog niet het einde van wat ik jullie moest vertellen, er komt nog een vervolg, maar dat schrijf ik morgen. Ik wou jullie alleen maar zeggen, dat ik midden in die kashba heb ontdekt, dat ik stapelgek verliefd op Molly ben, ik schijn het al dagen geweest te zijn, maar ik had het zelf niet gemerkt en zij trouwens ook niet, want ze had steeds gedacht, dat ik niks van haar wilde weten, omdat ik zo stuurs deed.
En nou houd ik voor vandaag op met schrijven, want ik heb met Molly afgesproken, dat we straks samen een beetje op het sloepcndek gaan wandelen; als iedereen in het zwembad is, is het op het sloepen-dek zo rustig zegt ze en we hebben samen zo'n massa te bepraten, alsof we elkaar voor het eerst in ons leven zien en ik heb nota bene het gevoel alsof ik haar al jaren ken.
Morgen schrijf ik wel weer, maar voordat ik wegga nog één ding: denk niet, dat het tussen Molly en mij alleen maar zoutwaterliefde is, ten slotte hebben we elkaar niet op zee gevonden, maar op het land midden in Algiers en ik heb toch wel het gevoel, dat het tussen ons tweetjes een woordje mee heeft gesproken dat we allebei socialist zijn, Molly en ik, met de hartelijke groeten van jullie Roel van Hoven.
Zaterdag
Als het aan Molly ligt, gaan we op slag trouwen, want het schijnt, dat ze met dat soort dingen in Engeland makkelijker zijn dan wij in ons nuchtere langzame Hollandje, maar ik heb haar duidelijk gemaakt, dat we beter nog even kunnen wachten.
214