daarfoor mot-je-hier niet wese'... hiero drinkc' se allenig maar kas-sies en dergelijke kleine vergiften, maar as ik u soms kan hellepe met een kogeltje spuit, we hebben hier nog wel zoiets in de kelder staon.'
Nou mensen, ik kijken alsof ik het in Keulen hoorde onweren en wij druk aan het praten, die kellner en ik. Hij was een Amsterdamse jongen met een prima betrekking in dat hotel, en een heimwee naar de Westertoren en naar de Nieuwendijk en als hij genoeg geld heeft, gaat hij naar Mokum terug en dan begint hij een volkskoffiehuis, zegt hij tenminste. En ik natuurlijk vertellen van het schip en dat ik emigreerde en zo.
De anderen van ons gezelschap hadden geluisterd, maar ze begrepen er geen sikkepit van en Jim beweerde, dat al die scherpe a's en keelklanken in het Hollands hem pijn in zijn strottenhoofd bezorgden.
'Het is geen taal, het is een gorgeldrank.'
Nou toen gaf Molly een nummertje verontwaardiging weg, dat me goed deed; Nederlands was wel degelijk een taal en wat hadden de Hollanders vroeger niet gepresteerd, ze waren zelfs de Theems opgevaren tot in het hartje van Londen en onze literatuur was zo mooi, we hadden dichters en schrijvers en kort en goed, Nederlands was minstens zo beschaafd als Engels.
'Hoe weet jij dat allemaal?' vroeg Jim verbaasd.
Nou en toen vertelde Molly met een kleur als vuur, dat ze in de leesbibliotheek van de 'Empress of Bengal' in de encyclopedie alles had gelezen wat er over Holland in staat en die les dreunde ze nu op.
'Ik vind het knap,' zei ik, 'je weet meer van me dan ik zelf, maar je hebt gelijk, datje iets van Nederland gelezen hebt, want als we in onze discussieclub goed met elkander willen opschieten, moeten we toch iets van elkanders land afweten, nietwaar?'
'Ja,' zei Terry met een grijns, 'en jij, Roel, bent de grootste sufferd die ik ooit ben tegengekomen.'
Maar nou heb ik nog niet een kwart verteld van wat ik jullie over Algiers moet schrijven en zoeven is de gong gegaan voor de busjessoep en de waterige spruitjes, straks ga ik wel verder met deze roman, want dit kun je toch geen brief meer noemen. Tot straks dan.
210