vraag ik je, wie koopt nou een hondje als hij emigreert? Maar het meest fantastische vond ik de jongens, die in hun zwembroek (en soms zonder zwembroek) in de bootjes stonden en steeds maar gilden, dat ze geld wilden opvissen. Dat gaat zo: een van de passagiers gooit een geldstuk zo maar, plompweg, in het water, en dan jumpt zo'n nakende jongen uit het bootje in zee en duikt naar het geldstuk. Ik heb een paar maal geteld hoe lang zo'n kaanp onder water kan blijven, nou, lui, af en toe hield ik mijn hart in mijn lijf vast van de narigheid, want er was er eentje bij die bleef wel drie minuten onder en altijd kwam hij boven met het geldstuk tussen zijn tanden. Ik snap niet hoe die lui het klaar krijgen, maar als ik zo na ga hoeveel maal die knaap over boord gesprongen is, nou dan geloof ik, dat hij op een dag een aardig daggeldje bij elkaar duikt. Het is me anders een broodwinning, en als je er over nadenkt, dan kom je tot de conclusie, dat het sociale vraagstuk overal in de wereld om een oplossing schreeuwt.
Het werd met dat al toch wel een uur of negen, voordat het schip vast aan de kant lag, eerst moeten er alle mogelijke officiële kerels aan boord en dit moet in orde zijn en dan weer dat, maar eindelijk was het zover, dat de luidspreker zei: iedereen die zich een beetje wil vertreden kan de wal op, we blijven liggen tot vier uur vanmiddag, uiterlijk drie uur moet iedereen weer aan boord zijn, op laatkomers wordt niet gewacht en wie er om drie uur niet is, die zijn hoofd wordt niet gewassen.
En daar gingen we... we, dat wil zeggen, we waren niet meer met ons vijven, zoals we de avond te voren hadden afgesproken, maar met ons zessen, want Gladys had weer een kennis, een mannelijke kennis, gevraagd of die zin had mee te gaan passagieren want, zei ze er bij, dan is het aantal mannen en vrouwen gelijk. Die mannelijke kennis heette Jim, een magere scharminkel met een tandenborsteltje op zijn bovenlip en een gezicht net als een peerdrupsje, weetje wel, spits van onderen en een beetje breed naar boven toe lopend. Ik vond hem zo op het oog een manneke van slappe was, maar Terry vertelde me, dat diezelfde Jim om de maan geen vent van snijkoek was, maar dat die in de oorlog op een jachtvliegtuig heeft gezeten en ridderordes
206