De Centrale, Vijftig jaar arbeiders-levensverzekering

Titel
De Centrale, Vijftig jaar arbeiders-levensverzekering

Jaar
1954

Druk
1954

Overig
1ed 1954

Pagina's
228



Vrijdag

Dit wordt een ontzettend lange brief, beste mensen, want ik heb jullie zo'n massa te vertellen, dat het wel een roman lijkt en ik weet trouwens niet waar ik precies moet beginnen, dus dan begin ik maar bij het begin. Als het jullie misschien in de aanvang een beetje vervelend lijkt houdt er dan asjeblieft rekening mee, dat ik geen geboren schrijver ben en dat mijn gedachten veel vlugger gaan dan mijn pen kan volgen, maar ik heb de hele dag de tijd om deze brief te schrijven en ook nog een andere brief, maar nou loop ik al op de gebeurtenissen vooruit, dus laat ik maar beginnen met de aankomst in Algiers.

's Morgens tegen een uur of vijf naderden we de stad en iedereen was al op, want aan dek was een reuze herrie van matrozen, die de luiken van de ruimen lossloegen en van lieren, die draaiden en kettingen, die rammelden. Het schip voer veel langzamer en de machine ratelde ook niet zoals gewoonlijk en je bent zo aan die machine gewend geraakt, datje wakker wordt van de stilte, zal ik maar zeggen. Het was al licht en in het Oosten waar de zon opging (net zoals bij ons gaat de zon in het Oosten op, en toch is de zonsopgang heel anders) was de lucht geel en fondantachtig rose en blauw en voor ons zagen we Algiers liggen, een prachtige stad met bijna niets anders dan witte huizen tegen lage groene heuvels; de huizen schijnen zich op elkaar te stapelen en op de kant zag je heel in de verte kereltjes heen en weer lopen in witte hemden; in de gedichten zouden ze zeggen: in smetteloos witte gewaden. En een roeibootjes, mensen ik heb nooit geweten, dat er zoveel roeibootjes op de wereld zijn en die scharrelden maar om de 'Empress of Bengal' heen en in elk roeibootje kerels in witte hemden, die maar schreeuwden, de kerels bedoel ik. Nou, van dichtbij gezien waren die hemden lang niet smetteloos wit hoor, het leken meer gore lappen en vodden. De lui in de bootjes waren handelaars, scharrelaars, goochelaars, zwendelaars en in elk geval iets raars. Er was een vent, die had een stel witte poedeltjes in zijn bootje, van die geschoren vatenkwasten met pootjes, en hij hield zo'n beestje omhoog en gilde maar, dat hij het wilde verkopen, spotgoedkoop. Nou

205

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.