die elke dag hetzelfde is, alleen de kleur verandert, en dan komen aardappelen, waar ze alles mee gedaan hebben, behalve bakken, en de ene dag heb je spruitjes uit het water, de andere dag groene kool uit het water, de derde dag prei uit het water en voor de verandering soms doperwtjes, die zo groot zijn als stuiters en van een vergiftig groen, datje horen en zien vergaat; maar je went er aan hoor, omdat de thee om vier uur alles goed maakt. Die thee is eigenlijk onze koffietafel, alleen wordt er thee inplaats van koffie bij geschonken en een hoop zoetgoed en dan tegen zeven uur komt het diner, dat net zo Engels is als de lunch, alleen in plaats van schapenvlees, krijg je er een dweiltje rosbief bij, nou geef mij maar een mals Hollands biefstukje, maar waar vind je zoiets aan boord van dit schip ? Toch is het eten op zichzelf niet ongezellig met zoveel mensen, die allemaal in een soort vacantiestemming zijn. Neem nou gisteravond bijvoorbeeld; tegen half zes kwam Molly aanwandelen met die kennissen van haar, die ze ergens had opgescharreld; ik heb jullie dat gisteren geschreven. Ik dacht: 'Zie je wel, ze komt vanzelf wel met hangende pootjes terug' en dat was ook zo, al deed ze reuzen moeite om een gewoon gezicht te trekken. Die kennissen zijn twee dames, ik denk een jaar of vijftig of zoiets, die op weg zijn naar hun echtgenoten, die verleden jaar naar Australië zijn gegaan en daar al een soort bestaan hebben opgebouwd. De ene heet Winnifred van haar voornaam, en ze begon direct heel gillerig te vertellen, dat ik haar gerust Winnie mag noemen, en de andere heet Gladys, wat je niet moet uitspreken als 'glad ijs' en ze deed me direct aan Han van Meegeren denken, ik bedoel, dat ze bij haar ook een heel nieuw schilderij over een oud heen hebben geschilderd. Omdat het nog te vroeg was om te gaan dineren, gingen wc in de bar een beetje tegen een hekje staan leunen en ondertussen maar kwebbelen, kwebbelen totdat ik er blaren van in mijn oren kreeg; en alles op die hoge gillerige toon. Ik was blij, dat de gong voor het avondeten eindelijk ging, want ik dacht: nou krijg ik tenminste een uurtje rust, maar niks hoor, Molly zei: 'Zullen we met ons vijven aan een grotere tafel gaan zitten, dat is veel gezelliger, ik fix dat wel met de hofmeester.'
201