De Centrale, Vijftig jaar arbeiders-levensverzekering

Titel
De Centrale, Vijftig jaar arbeiders-levensverzekering

Jaar
1954

Druk
1954

Overig
1ed 1954

Pagina's
228



Vrijdag

Gisteren heb ik overgeslagen en als jullie kijkt naar de manier, waarop ik vandaag schrijf, dan zullen jullie misschien wel begrijpen waarom: ik was zo zeeziek als een kat en heb de hele dag voor Pampus op het dek gelegen, wat eigenlijk mijn eigen eigenwijze schuld was, maar ja, zo ben ik nou eenmaal gebakken en ik zeg altijd, ze moeten me maar nemen, zoals ik ben. Eergisteren nacht werd ik midden in de

' O

nacht wakker, omdat ik met een smak tegen de wand van de hut was aangerold, en net toen ik dacht: 'Wat zullen we nou hebben?' maakte het schip een nieuwe schuiver en moest ik me met twee handen aan mijn kooi vastgrijpen anders was ik van drie hoog naar beneden getuimeld.

'Asjeblief,' dacht ik, 'we gaan zeker de Golf van Biscaje binnen, waar het altijd zo gemeen kan stormen', maar ik bleef rustig op mijn rug liggen en ik voelde niet veel narigheid, ten minste dat dacht ik, maar ik vergiste me, zoals later bleek. Het schip maakte rare halen, van links naar rechts en dan weer terug en af en toe dacht ik: een baby in de wieg moet toch wel een lekker gevoel hebben, zo schommelen, schommelen, heen en weer, hoger, hoger elke keer, stevig hou ik de touwtjes vast, als een matroosje in de mast. Hoe lang ik zo heb liggen soezen, weet ik niet, want ik schijn daarna weer ingeslapen te zijn en toen ik wakker werd, scheen er licht door de open patrijspoort, een soort vals grijs licht, intens-gemeen licht en je hoorde de golven stukslaan tegen het schip. Toe maar jongens, dacht ik, we krijgen onder uit de zak en toen bemerkte ik plotseling, dat het schommelen, schommelen heen en weer, had opgehouden en dat de schuit een soortement rare beweging maakte, net alsof hij met de voorsteven de zee in stukken moest hakken en onder in het schip hoorde je telkens een soort ratelend geluid, alsof we over een eindeloze rij paaltjes voeren. Ik kan niet zeggen, dat ik toen zeeziek was, maar lekker voelde ik me ook weer niet en toen mijn slaappies een voor een opstonden en zich wasten en schoren, toen dacht ik: Roel, laatje niet kisten, hup Holland, hup, laat de leeuw niet in zijn hempic staan. Ik er uit, en wiegel-

185

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.