het portret van de club, waarmee ik reuze verguld was, toen jullie het me overhandigden met een toespraak.
Als ik in mijn hut kom, voel ik me net het jonge meisje uit het liedje van Dirk Witte, omdat ik niet kan gaan slapen zonder eerst naar die foto van de club te hebben gekeken.
'Ik sta er dikwijls naar te kijken, 't staat in een hoekje op de kast,' kwinkeleert die jonge dame, en ik coloratuur niet, maar ik denk: nog zoveel avonden en dan komt het hele stel weer bij elkaar in de club en Neeltje schenkt een bakkie koffie, en ik ben een emigrant en dobber eenzaam op een kei van een schuit over de zeven zeeën naar een nieuw vaderland. Jullie kan natuurlijk wel aanvoelen, dat ik die hut niet voor mezelf alleen heb, stel je voor, zo'n weelde zou een mens niet óp kunnen. We hebben die hut met ons vijven, allemaal emigranten, maar het is dan ook een knaap van een kamer zou ik haast zeggen, drie man aan de ene kant boven elkaar, net als in dienst, en twee man aan de overkant ook boven elkaar. Ik slaap in het huis van drie verdiepingen op zolder, en dat is eigenlijk ccn enorm boffie, want er zit in de zoldering een verdraaid handig leeslampje en nou kan ik als ik 's avonds op mijn wolletje hg lezen of schrijven zonder dat ik de anderen stoor; die anderen zijn anders geschikte lui hoor, allemaal Engelsen natuurlijk, wat ik eigenlijk wel plcizierig vind want zo kan ik mijn talen nog een beetje opborstelen, dat zal ik in Australië hard nodig hebben, zonder Engels, schijn je daar in tel te zijn als een paard zonder poten. Nou die Engelsen, die slaappies van me zeiden we in dienst, hebben natuurlijk direct geprobeerd me uit te horen wat dat nou wel voor een foto is en ik heb geprobeerd het ze uit te leggen, maar mispoes, het valt niks nie mee niet hoor, want al kan ik me in die Engelsebokkingtaal van hun wel verstaanbaar maken, leg jij maar eens uit wat een Fakkeldragcrsclub is aan lui, die alleen maar weten van voetbalclubs en hockeyclubs en cricketclubs, zodat ik de voorlichting maar gauw heb op gegeven. Maar ik begin aardig van mijn onderwerp af te dwalen, want op het vorige velletje papier waren we pas in Hoek van Holland en ik schrijf nu al over de 'Empress of Bengal' waar ik nu op ben. Dat komt, omdat de herinnering aan de
179