Ja, iemand moest nog eens de tijd vinden om de levensgeschiedenis op te schrijven van de jonge mensen, wier namen op dat perkament staan. Niet slechts de geschiedenis van hun strijd tijdens de bezetting; en ook niet alleen de directe oorzaak van hun dood. Neen, hij moest van elk hunner de geschiedenis van hun voorgeslacht gaan opschrijven. Hoe hun grootouders leefden en hun ouders. Hoe die kinderen werden geboren, 'in armoeland, waar koning honger regeert.' En hoe ze, elk langs een andere weg, tenslotte de Paashcuvel vonden. Dat zou een stuk cultuurgeschiedenis zijn, die op geen schoolbank wordt onderwezen en aan geen universiteit gedoceerd.
Het feest begon, alsof er niet een gat van zeven jaren in de traditie was geslagen. De voorzitter gaf een goed speechje weg, zoals de mensen van het sprekers-vak zeggen. Een woord van welkom. Een woord van herinnering. Een woordje van blijdschap, nou en verder hopen we, dat we mooi weer zullen hebben en veel pleizier allemaal. Oh ja, dat is waar ook, er zijn nog een paar brieven binnengekomen, die zullen we even voorlezen.
Een brief van een jong stel, dat ergens in Canada zit. 'Nu de Pinksterdagen weer naderen, gaan onze gedachten uit naar de Paasheuvel...'
Een brief uit Zuid-Afrika:
'We vertellen onze kinderen dikwijls van de Meiboom en de fiere pinksterblom... wat zouden we nu graag even een kijkje in Vierhouten willen nemen.'
Brieven van soldaten in Indonesië:
'Nou ik hier in de rimboe zit, mis ik de Paasheuvel dubbel, maar volgend jaar ben ik weer present...'
Een brief uit Australië:
'Zeg luidjes, kunnen we niet een paar foto's krijgen van dit eerste Pinksterfeest na de oorlog? We hebben een album vol, nog van vroeger. Dat hebben we de halve wereld rondgesjouwd. Als we erin kijken, is het net alsof we weer fijn bij jullie zijn.'
Telkens als de voorzitter de naam van de schrijver van zo'n brief noemde, ging er een geritsel van herkenning door het openluchttheater.
173