Dat had Tjerk gezegd. Waarschijnlijk had ik toen instemmend geknikt.
Aan die dingen en nog veel meer, dacht ik, toen ik boemelend in een gammele trein naar Nunspeet hobbelde. Heimelijk voelde ik een beetje vrees voor de ontmoeting met de Paasheuvel.
Hoeveel zou er veranderd zijn?
Tjerk Bottema is in 1940 met hetzelfde schip, waarop Hendrik Marsman van Bordeaux naar Engeland wilde vluchten, ten onder gegaan. Hoeveel van die jonge mensen hadden de broze tent van hun leven zien bezwijken in de loeiende storm, die vijfjaar lang over de wereld had geraasd? En de ouderen? Waar wasjan de Roode, de grijsaard met de Appolonische geest, die nooit een Pinksterfeest miste, Jan met zijn heldere ogen, de ogen van een blij kind ? En Simon de la Bella en Stuuf Wiardi Beekman? En de Wibauts, die Het Rode Valkennest schonken ?
'Hier is niets veranderd,' was de gedachte, die door mij heen ging, toen ik langs het Eibertjespad in de richting van Vierhouten wandelde. Mensenwerk vergaat, maar de wereld blijft zichzelf.
De laatste paar honderd meter. Het stoffige zandpad van vroeger. Dezelfde karresporen. En daar: de Paasheuvel. Rechts de grote poort van sparregroen en vlaggen. En daar achter de tenten. De duizenden kampeerders waren nog niet gearriveerd. Het tentendorp lag stil in de blakerende zonneschijn.
Links de glooiende weg naar boven: het kamphuis.
Nou, een streekje verf kon het huis best gebruiken. Maar de vormen van het gebouw waren vertrouwd. Of je een oude vriendin tegenkomt.
O
'Gunst mens, wat heb ikjou in lange tijd niet gezien. En je bent niks veranderd.'
'Een beetje ouder ben ik toch wel geworden, nietwaar?'
'Welnee, ik ben ouder geworden, maar jij bent dezelfde gebleven.'
Er waren al wat gasten. Ouderen natuurlijk. Mensen veranderen, de traditie blijft. Weer dacht ik: 'Er is niets veranderd, alleen ik ben ouder geworden.'
171