Maar het jaar daarop lag er een briefkaart in mijn bus. Of ik weer van de partij wilde zijn ?
Nou, en óf ik wilde!
Nu ik, zes jaar later, ga proberen het beeld te schetsen van dat feest, zoals het in mijn geheugen bewaard ligt, herinner ik me, dat ik op weg naar Vierhouten heb zitten denken aan Tjerk Bottema, de schilder en tekenaar.
Tenzij zijn zwerflust hem ver van Nederland voerde, sloeg Tjerk nooit een Pinksterfeest over.
In 1939, het laatste feest voordat de grote stoomwals over Nederland rolde, had Tjerk ook op de Paasheuvel gestaan. Achter het betonnen podium.
De jongens en meisjes voerden 'Goudvreugdes Ontwaken' op. Tjerk keek als gehypnotiseerd naar de honderden jonge mensen, die het openluchttheater vulden. Uit een wolkenloze hemel viel het zonlicht op de wereld. Het openluchttheater was een muur van kleuren.
Hij zei: 'Als je lang naar dat openluchttheater staart, gaan de lijnen van de gezichten en mensen vervagen. Dan zie je alleen maar kleuren... allemaal blokjes kleur... een kolossaal mozaïek. Het doet me denken aan Fra Angelico, als je ooit van je leven in Florence komt, moetje zijn 'Laatste oordeel' eens gaan zien; dan zul je begrijpen wat ik bedoel. Dat fantastische coloriet hoort bij de Renaissance, het is de Renaissance...'
Plotseling van toon veranderend, zei hij spottend: 'Zo'n malle op-zaniker van een schilder als ik ben, heeft van politiek geen verstand. Ik denk in kleuren, als je begrijpt wat ik bedoel... en als ik al die kleuren zie van die jonge mensen hier voor me, dan zeg ik: die veelheid en die blijheid van kleuren, dat is het wezen van de A.J.C. De rest kim je van me cadeau krijgen. Als iemand mij zou vragen, Tjerk hoe zie jij nou de A.J.C., dan zou ik zeggen: beste man, kijk naar de kleuren in het openluchttheater, dan zul je weten... of nee, niet weten, maar dan zul je voelen... vlak voor je ogen staat de Renaissance van het socialisme. Mensen, die zulke kleuren zo kunnen dragen, zijn innerlijk reeds herboren.'
170