deren. Ze hadden me nodig voor zwaar constructiewerk, maar als ze me even konden missen, vloog ik eruit. Bij ontslagen stond ik altijd boven aan het lijstje.
Toen kreeg ik op 27 April 1927 ( zulke data vergeet je nooit, hè) bezoek van iemand van De Centrale. Of ik bij hun in vaste dienst wilde komen. Ik ging eens zitten uitrekenen hoe dat financieel voor me zou aflopen en ik kwam tot de conclusie, dat ik in het verzekeringsvak beslist slechter af zou zijn dan in het metaalvak, financieel gesproken dan altijd. Maar ik heb het met mijn vrouw besproken en die zei alleen maar: 'Wat zou je doen als je enkele jongen was en geen vrouw en kinderen had?'
'Doorzetten,' zei ik. 'Kan gebeuren wat er gebeurt, maar ik zou doorzetten.'
'Doe watje niet laten kunt,' zei ze, en ik ben haar nog altijd dankbaar daarvoor.
Man, als je wist wat ik voelde, toen ik op die dag naar de fabriek ging en tegen de baas kon zeggen: 'Nouga ik weg. Ajussies.'
Dat is een van de mooiste dagen in mijn leven geweest. Vrij!
Ik maak er geen geheim van, dat ik in het werk voor De Centrale volledige bevrediging heb gevonden. Het is heus niet, omdat je van plan bent alles wat ik je vertel in een boek te laten drukken, dat ik dat zeg. Ik ben nou zo lang bij De Centrale en ik heb een zodanige positie, dat ik warempel niemand en niets behoefte vleien, dat snap je wel. Maar in dat werk heb ik werkelijk de volle arbeidsvreugde gevonden en dat is in mijn leven een machtig ding geweest.
Trouwens zonder dat pleizier in mijn werk zou ik het ook nooit hebben kunnen uithouden. Ik zeg het wel eens zo: 'Werken voor De Centrale is geen vak, maar een hartstocht. Waarom? In de eerste plaats omdat je zo vrij bent als een vogeltje in de lucht, in de tweede plaats omdat je verantwoordelijk bent voor je rayon en omdat je weet: er wordt van me verwacht, dat ik er iets van maak. Verantwoordelijkheidsgevoel alleen is niet genoeg, je moet ook weten, dat je gevoel voor verantwoordelijkheid door anderen wordt gewaardeerd.
147