Tijdens die verkiezingsactie kwam Karei van Staal uit Gouda naar Goeie-gemeente om te spreken. Ik kende liem goed, want als er een of ander klusje was op te knappen, gingen wc altijd naar hem, voor raad en daad. Enfin, we zitten op een avond na zo'n vergadering nog wat na te praten en daar is ook iemand bij, die slachtoffer was van een staking in de sigarenindustrie en die vertelde me, dat hij voor De Centrale werkte. Opeens zegt Karei van Staal: 'Zou dat nou niks voor jou zijn?'
Je realiseert je zoiets niet op hetzelfde ogenblik, maar die vraag heeft me merkwaardig gepakt. Ik had nog nooit in mijn leven gedroomd van de mogelijkheid, dat ik in het verzekeringsvak werkzaam zou worden. Maar toen Karei dat zo zei, dacht ik: 'Jong, pakje kans... dat is het waar je je hele leven op hebt zitten wachten.'
Niet om de centen hoor, want het was de eerste tijd volkomen een bijbaantje en het zag er niet naar uit, dat het ooit iets anders zou worden.
Maar kijk eens, zei ik in de weken daarna tegen mezelf, de meeste mensen sluiten verzekeringen, is het nou geen mooi doel om de mensen er toe te brengen die verzekeringen te sluiten bij hun eigen maatschappij, zodat de winsten hun eigen beweging ten goede komen?
Dat heb ik voortdurend in mijn malle kop gehad en ik denk, dat het daardoor kwam, dat ik zo'n succes had. Want in een halfjaar tijds heb ik in mijn dooie eentje en in mijn vrije tijd voor een kleine veertig duizend gulden afgesloten, en allemaal postjes van gemiddeld honderd gulden.
Je zult zeggen: 'Nou dan moetje hard gewerkt hebben.' Dat heb ik ook, maar ik voelde het niet. Ik had er reuze pleizier in. Het spreken met mensen trok me aan; dat heb ik nou eenmaal in mijn natuur. Als ik 's avonds op dat fietsje van mc kroop om weer of geen weer mijn adresjes in de omgeving af te rijden, dan zat ik te zingen en te fluiten van de pret. En ik kwam warempel niet alleen bij de leden van de bond en van de partij, niks hoor, ik heb ook mensen buiten onze kringen verzekerd en bij bosjes.
Intussen was het op de fabriek, waar ik werkte voortdurend don-
146