'Dat is alvast de eerste helft van de overwinning,' zei de voorzitter hoopvol, toen hij de verzamelde schare partijgenoten gelukwenste met dit resultaat.
De partijgenoten zongen: 'En die stroom rijst al meer en meer.'
De candidaat zei nuchter: 'Als we niet hard aanpokcn, komt die liberaal toch in de raad.'
Aanpoken dus.
Het was begin Augustus van het jaar 1913. Een lome warmte lag over de stad.
'De mussen vallen dood van de hitte,' mopperden de werkers, 'en wij moeten verspreiden.'
'Dat is voor ons voordelig,' legde de handige voorzitter uit, 'de bourgeoisie is met vacantie, de arbeiders niet. Dat helpt ons bij de verkiezingen. We moeten meer huisbezoekers hebben. Alleen door huisbezoek kunnen we het winnen.'
Als Negentienvier diep in de nacht thuis kwam, was hij te moe om 'Het Volk' in te kijken. Hij sliep een paar uur. Dan krabbelde hij, dood-vermoeid, weer op de been.
De dag van de herstemming was bepaald op de twintigste Augustus. Nog een goede week, en dan was de strijd beslist.
De avond van de dertiende Augustus zat Negentienvier in het verkiezingsbureau, toen de voorzitter ademloos kwam binnenstuiven.
'Heb je het gelezen ?' vroeg hij.
'Wat?'
'Bebel is dood. Plotseling overleden. Aan een hartverlamming. In Zwitserland. Kijk, het staat in de krant.
Een groot portret van Bebel. En een zwarte rand er om heen. In Memoriam. August Bebel overleden. Een zware slag heeft het internationale socialisme getroffen. De arbeiders van de hele wereld zijn diep bedroefd.
Geleerde psychologen moeten maar uitzoeken hoe zoiets mogelijk is, maar Hendriks eerste gedachte was niet een van droefenis. Het eerste wat hij dacht was: 'Nou winnen we de verkiezing.'
135