secretaris zonder wijziging goedgekeurd, en dan stel ik nu het volgende punt van de agenda aan de orde
Een nieuwe stroom van welsprekendheid begon te vloeien, waarvan de loop moest worden geregistreerd. Vele malen dacht Negen-tienvier: 'Ik schei er mee uit. Wie zijn vader en moeder heeft vermoord, is nog te goed om notulen te schrijven. Laat een ander het nu maar eens opknappen. Ik word weer gewoon lid.'
Maar hij bleef. Eerst had August Bebel hem tot een strever gemaakt, nu maakte hij hem tot een klever.
Als hij 's avonds met zijn schoolse hanepoten ijverig neerschreef wat hij in de volgende vergadering moest gaan voorlezen, dacht hij, dat hij evenals Bebel op een verantwoordelijke post de komst van het socialisme verhaastte.
Hoe schoon en hoe zwaar het leven van een tweede secretaris kon worden, ontdekte Negentienvier pas goed, toen de provinciale stad een volksgebouw rijk werd.
Reeds vele jaren had men de behoefte gevoeld aan een eigen gebouw voor de eigen beweging. Iedereen vond het eigenlijk beneden de stand van een nette partij-afdeling om in een gehuurd zaaltje te vergaderen. De ene avond herbergt zo'n zaal een klaverjasclub, de andere avond een fuif van de loterijvereniging 'Altijd niet' en als de partij dan eens aan de beurt komt, nou ja, dan moeten de verheven idealen van dichters en denkers in diezelfde oudbakken omgeving worden verkondigd. Dat is toch niet waardig, partijgenoten! En kijk nou eens naar de wanden. Bloemetjesbehang en een toneel met decors uit de tijd van Claudius Civilis. Zo'n tableau vivant van Maric de Roode, hoe mooi was het. Maar als het licht weer op ging, zag je de zaal en daarvan stonk de lelijke burgerlijkheid je tegemoet.
Bovendien, je behoefde warempel geen professor in de weet-ik-veel-kunde te zijn om te snappen, dat van een eigen gebouw een enorme propaganda zou uitgaan. De naam van zo'n eigen gebouw was een strijdkreet. 'De Burcht' of 'De Toekomst' of 'Palvu', dat is de samengetrokken vorm van de klassieke zin: 'Proletariërs aller landen
131