zinrijke schouwspel. Iemand begon zachtjes te zingen. Na een paar maten nam iedereen de melodie over. De levende beelden op de planken werden zingende beelden:
Werkers met de handen Werkers met het hoofd Werkers aller landen Strengelt broederbanden.
Een hoge golf van edele gevoelens tilde iedereen op, de werkers van de afdeling, de intellectuelen en de gewone leden. Verschillen van inzicht waren vergeten, voor een wijle...
Voor een wijle. Want echte verschillen van inzicht laten zich nooit tot zwijgen brengen. Rechtsen en linksen in de afdeling waren het in bijna alle opzichten met elkander oneens.
Maar er was één punt, waarover geen verschil van mening bestond. Het kapitalisme is zijn eigen doodgraver. Het socialisme komt vanzelf. Vanzelf.
Al was elke socialist er rotsvast van overtuigd, dat het socialisme zich vanzelf zal verwezenlijken, het was toch wel geriefelijk af en toe op een wegwijzer te kunnen aflezen hoeveel kilometers de nieuwe maatschappij weer dichterbij was gekomen.
Zulke mijlpalen waren de verkiezingen. Niet alleen de verkiezingen voor de vertegenwoordigende lichamen in de staat. Oh, neen, ook de verkiezingen voor het bestuur van de afdeling leerden of het echte socialisme vorderingen maakte. De partij streed voor een nieuwe maatschappij, maar in de partij redetwistten de partijgenoten over de vraag hoe die strijd moest worden gevoerd. Als de linksen invloed kregen, voorspelden de rechtsen rampen; als de rechtsen invloed behielden, gaven de linksen zich aan pessimisme over.
Alles goed en wel, en denk vooral niet, dat de partijgenoten elkander naar het leven stonden, integendeel, ze waren persoonlijk de trouwste vrienden, maar om elke vacante plaats in het bestuur werd een bittere strijd gestreden. Meerderheid en minderheid betwistten
127