Die wandeling door de stad vormde een der hoogtepunten in zijn leven. Dat was in de tijd, dat hij nog in de hoofdstad woonde. Later is hij verhuisd. Naar die provincie-stad. Maar de herinnering aan Mokum was bij hem blijven leven. Wat een stad; en wat een congres was dat geweest, het congres van 1904. Hij herinnerde zich haarfijn door welke straten, stegen en sloppen hij en Bebel hadden gewandeld. Ze waren ook nog op een terrasje van een cafe gaan zitten.
'Herr Ober', zei Bebel, 'bitte ein Glas Helles.'
Bier. Alcohol. Aanvankelijk was Hendrik verontwaardigd geweest. Maar hij maakte van zijn hart een moordkuil. Als hij er later over sprak, zei hij wijsgerig: 'Ik dacht: ieder diertje heeft zijn pleizier-tje, en Bebel's pleiziertje is nu eenmaal zijn biertje.'
Hij zelf bestelde een glaasje limonade. Drinkende arbeiders denken niet en denkende arbeiders drinken niet.
Genosse Bebel, royale broer, wilde de vertering betalen, voor allebei. Maar Hendrik zei met een breed gebaar: 'Nein, Genosse... komt nichts von ein... lass sitzen die verzehring... ik betale.'
... en na enig protest liet de gast zich die vrijgevigheid welgevallen.
Nou, en toen hebben ze verder door de stad geslenterd en zo kwamen ze in de buurt waar Hendrik destijds woonde. Toevallig, zullen we maar denken.
'Sollen we oben ein kopfchen kaffé drinken?' vroeg Hendrik.
Maar eerst wilde Genosse Bebel in een winkel iets kopen voor Hendriks vrouw. Hij kocht een plak chocola. Aardig gebaar van een voorman van het internationale socialisme. Zo eenvoudig!
Die chocola heeft Hendriks vrouw nooit opgegeten. Ze bewaarde het snoepgoed. Als aandenken. Jarenlang. Maar zelfs de chocola van August Bebel behoort tot de vergankelijke dingen dezer wereld. Ten lange leste sloeg de schimmel groenig door het papier heen. Toen gaf ze het souvenir aan de vuilnisman mee. Toch jammer.
Alles wat Hendrik aan vindingrijkheid bezat, verspilde hij aan pogingen om in elk gesprek zijn vriendschap met August Bebel te pas te brengen. Je kon hem vragen naar de vertrektijden van de Zwolse nachtboot, hij eindigde met Bebel.
122