door', riepen de mensen en ze gingen een rondedansje maken om die tram, die als een aangeschoten olifant op de rijweg lag.' 'Mensen', riep Dirk, 'ik blijf niet binnen. We moeten de straat op. We moeten zien hoe Amsterdam in opstand is!' Het Stationsplein leek wel een korf met bijen. Een eindeloze stroom mensen woelde op het plein rond. Mensen hadden oranje cocardes op de hoeden gestoken. Anderen droegen rood-wit-blauw. Voetje voor voetje schuifelden ze in de richting van het Damrak. Dat was, zo ver het oog kon zien, een eindeloze massa demonstrerende mensen, die ernstig keken en tegelijkertijd verheugd waren. Er liepen ook Duitsers in hun groene gehate uniformen tussen de menigte. Van de mensenjagers der 'Grüne' nam niemand notitie. Men voelde zich sterk in de eendracht. Mensen, die elkander in het geheel niet kenden, pakten elkaar bij de schouders, maakten enkele passen van een soort rondedansje en riepen:
'Zie je wel, als we het maar allemaal met elkaar eens zijn, dan kunnen we alles.' Iemand riep:
'We protesteren... we protesteren... we protesteren.'
Hij had een gezicht, waarop de vervoering duidelijk zichtbaar was.
189